© Ruurd Polet
Elk spel heeft regels en
afspraken. Of je het nou over schaken, klaverjassen of voetbal hebt, elke
deelnemer zorgt dat hij / zij ze kent en probeert zich hieraan te houden.
Ook bij het (wedstrijd)zeilen met de Micro Magic hebben we een aantal
voorrangsregels en "spelafspraken", waaraan elke deelnemer zich zal moeten
houden. Aan deelnemers die nog onbekend zijn met de zeilregels kan ik het
advies geven om aan ervaren zeilers tekst en uitleg te vragen. Bij goede
uitleg zal blijken dat het allemaal niet zo moeilijk is als sommigen denken.
Bij het toepassen van de regels zijn twee zaken belangrijk: (1) wees duidelijk in koers en aanroep (2) voorkom problemen en geef een ander altijd de kans om zonder schade weg te komen. Bedenk dat over het algemeen niet de regels de oorzaak van ruzies zijn, maar juist het NIET TOEPASSEN van deze regels. Ook al stel je maar één regel op, wanneer deze niet nageleefd wordt krijg je ook ellende. Op deze pagina doe ik een poging de belangrijkste regels te beschrijven en hopelijk op begrijpelijke wijze te verduidelijken. De regels en terminologie worden met afbeeldingen en foto's van voorbeeldsituaties verduidelijkt. Mocht je nog op- of aanmerkingen hebben stuur ze me dan per email toe.
|
|||||||||||
|
Algemene regels |
|||||||||||
|
|||||||||||
|
Basisregels |
|||||||||||
|
|||||||||||
|
Starten en Finishen |
|||||||||||
|
|||||||||||
|
Bij boeien |
|||||||||||
|
|||||||||||
|
|||||||||||
|
TERMINOLOGIE |
|||||||||||
|
Bakboord.
Bakboord is links.
Een boot vaart over bakboord als het grootzeil (giek) aan de linkerkant van
de boot staat (van achter gezien). Er wordt in deze situatie gezegd dat de
boot over Bakboordsboeg vaart.
Stuurboord. Stuurboord is rechts. Een boot vaart over stuurboord als het grootzeil
(giek) aan de rechterkant van de boot staat (van achter gezien). Er wordt in
deze situatie gezegd dat de boot over Stuurboordsboeg vaart. Oploeven is naar de wind toe sturen, over het algemeen moet je dan ook je schoot aantrekken. Afvallen is van de wind af sturen, dit gaat samen met het vieren van de schoot. Overstag gaan gebeurt op een aan-de-windse koers en is het moment waarop je door de wind gaat (het zeil klappert in de wind) tot het moment dat het zeil weer over de ander boeg vol staat en je dus over de andere boeg zeilt. Gijpen. Bij gijpen draai je van de wind af tot voor de wind. Vervolgens val je nog verder af totdat de giek over komt (gijpmoment) en je over een nieuwe boeg komt te liggen. Vrij
Voor en Vrij Achter.
Dwars op de spiegel (achterkant) trek je een denkbeeldige lijn, elke boot
die hier achter ligt, ligt Vrij Achter. Zelf lig je dan Vrij Voor. De boten
kunnen over dezelfde boeg liggen, maar ook over verschillende (de ene BB en
andere SB).
Boord
aan Boord. Ook hier trek je een denkbeeldige lijn haaks op de
spiegel van je boot. Elke boot die met de boeg (punt) of verder voorbij deze
lijn ligt, ligt met jouw boot Boord aan Boord (ook wel overlap genoemd). Dit
geldt natuurlijk ook anders om.
Loef en
Lij. De loefzijde van en boot bevindt zich aan de kant van de
wind (hoge kant), de andere kant heet de lijzijde (lage kant, deze drukt
zich bij harde wind in het water). Een boot die zich aan de wind kant
(loefzijde) van een ander boot bevindt is de Loefwaartse boot. De andere is
dan automatisch de Lijwaartse boot. In dit verband spreek men ook wel over
Boven (loef) en Onder (lij).
Een andere boot oploeven, oftewel een
"Loefduel". De lijwaartse boot mag een loefwaartse boot gaan oploeven, dus
richting van de wind sturen. De loefwaartse boot moet hier altijd op bedacht
zijn. Het is wel zo sympathiek als de lijwaartse boot de ander aanroept met
de kreet "MM 88, loeven". De enige beperkingen in het loeven krijg
je als er hindernissen zijn (de oever, een steiger of een andere boot met
voorrang), dan moet de lijwaartse boot (tijdelijk) stoppen met loeven.
Vrij blijven. Ten opzichte van een andere boot zoveel ruimte vrij houden, dat je niet direct met de ander in aanvaring kunt komen. Dit houdt ook in dat als je een andere boot in gaat halen, je voldoende afstand bewaart om te kunnen reageren op acties van de ander. Ruimte geven. Bij boeien en hindernissen moet je een ander boot soms ruimte geven. Dit houdt in dat je de ander zoveel ruimte geeft dat hij vrij kan manoeuvreren, zonder dat hij meteen met jouw boot of de hindernis in aanraking kan komen. Rak. Een rak is een deel van de baan, wat tussen twee boeien ligt. De naam van een rak is afhankelijk van de koers. Voorbeelden: een rak tegen de wind in wordt het in-de-windse rak of kruisrak genoemd, een rak wat je met de wind mee vaart is het voor-de-windse rak
|
|||||||||||
| De officiële regels voor het zeilen met radiografisch bestuurde zeilboten zijn in een Internationaal Wedstrijdreglement vastgelegd en beschreven in een appendix. Wanneer je belang hebt bij een wedstrijdreglement kun je dit via het Watersportverbond bestellen. Een makkelijker en goed leesbare versie met verduidelijkende tekeningen is door Henk Plaatje (ook van het Watersportverbond) samengesteld. | |||||||||||